Terugblik Nationaal Preventie Congres 2013

 

logo-congres-transparant‘Iedereen kan aan de slag met duurzame inzetbaarheid.’

Dat kwam naar voren op het Nationaal Preventie Congres 2013 wat op 30 oktober gehouden werd in de prachtige foyers van Koninklijke Schouwburg Den Haag.

Prof. Dr. Ir. Lex Burdorf van Erasmus MC trapte af met een toelichting op de stand van zaken op het gebied van duurzame inzetbaarheid in Nederland. Congres-1Wat is bekend en wat staat ons te doen? Lex: “Langer doorwerken is de drijvende kracht achter de aandacht voor duurzame inzetbaarheid”. Lex geeft antwoord op de vraag hoe wij onze werknemers gezond aan het werk kunnen houden. Door verbeteren van gezondheid, behoud van werkvermogen, sturen op verbeteren werkomstandigheden, waardering vanuit leiding en goed HR-beleid. Kortom gezondheid is een factor die steeds meer bij HR komt te liggen.

Hierop kan beleid worden gemaakt door het opstellen van een probleemanalyse en door effectieve interventies te ontwikkelen voor (oudere) werknemers en werknemers met gezondheidsbeperkingen. Evalueer wat goed werkt en ook wat niet werkt! Wat betreft de uitvoering adviseert hij om een jaarlijkse monitor in te voeren. Want duurzame inzetbaarheid is geen project.

Vijf-fasen-modelJoep Mooren, directeur werkgeversvereniging Zorg aan Zet, gaf daarna kort inzicht in het 5-fasen model van Marjo Wallin van het Finnish Institute of Occupational Health. Het model maakt duidelijk dat organisaties zich in 5 verschillende fasen van ontwikkeling rondom ‘age-management en bewustzijn’ kunnen bevinden. Dit ziet hij ook terug in het Project Duurzame Inzetbaarheid waar Zorg aan Zet zich voor inzet. Bij 22 zorginstellingen in Limburg wordt dit moment onderzoek gedaan naar het werkvermogen van medewerkers. Hij spreekt daarbij over het belang van verankering van Duurzaam Inzetbaarheid in het totale organisatiebeleid. Joep: “Echte stappen kunnen worden gezet als de organisatie hierin een proactief beleid voert. Belangrijk is om de medewerkers en leiding hierbij te betrekken. Dus Story Making… in plaats van Story Telling of –Selling”.

Praktijkcases
Na het theoretische deel kwamen de praktijkcases aan bod aan de hand van het 5-fasen model. In haar ‘eigen huis’ gaf Hedwig Verhoeven, zakelijk directeur Koninklijke Schouwburg, een kijkje achter de schermen van hun personeelsbeleid. Momenteel hard aan het werk om het reactieve personeelsbeleid om te vormen naar een regisserend personeelsbeleid. Zij hebben een start gemaakt met het hervormen van het personeelsbeleid door leeftijd onderscheidend te gaan werken met in te zetten op het leer- en ontwikkelvermogen van medewerkers. Hedwig gaf een mooi voorbeeld van een technicus die nu Hoofd techniek en gebouwbeheer is geworden bij een ander haags podium. ‘Zo is hij toch in de branche gebleven en zijn we zijn kennis en ervaring niet kwijtgeraakt’.

Papieren-tijgerLeonie Schijven, HR-manager bij het Franciscus Ziekenhuis in Roosendaal laat in haar presentatie zien hoe zij werken met een integraal gezondheidsmanagement. Hierin zijn 3 speerpunten opgenomen; strategisch P&O beleid, leiderschapsstijl en eigen verantwoordelijkheid van de medewerker voor inzetbaarheid. Leonie: “Let op; laat dit geen papieren tijger worden!”. Kortom maak budget vrij, walk your talk, laat met voorbeeldgedrag je eigen verantwoordelijkheid zien, wees integer bij de individuele begeleiding van de medewerker en zorg voor aantrekkelijke workshops.

John Vrolijk van Gulpener Bierbrouwerij BV vertelt hoe zij in het familiebedrijf duurzaamheid hebben geïntegreerd op de fronten People, Planet en Profit. Waarmee zij balans creëren tussen mens, milieu en economie. John: “Onze overtuiging is gericht op ‘stakeholders value’ in plaats van ‘shareholders value”. Prachtige voorbeelden wat het op die 3 terreinen oplevert; regionale betrokkenheid, sterke identiteit, laag ziekteverzuim, hoge motivatie en een laag verloop onder het personeel. Een gezond bedrijf gericht op continuïteit en zelfstandigheid. Of zoals ze zelf zeggen: ‘Gewoon bijzonder’.

Congres-3Dashboarding
Duco Molenaar, directeur PreventNed, nam het stokje over en presenteerde het nieuwste product van PreventNed: digitale monitoring van de WerkVermogensMonitor® in de vorm van een dashboard. Aan de hand van resultaten uit een WVM-project liet hij de congresdeelnemers zien wat er allemaal mogelijk is met data en hoe je met die informatie gericht kunt sturen op beleid en daarbij de effectiviteit kunt monitoren en kunt benchmarken. De zaal veerde op toen het dashboard zichtbaar werd en prompt bood een van de deelnemers een pilot aan!

Afsluiting
Dagvoorzitter Hans Kamps sloot het congres af en gaf aan dat er ondanks alle inzet en effort die wij in onze gezondheid steken er toch echt maar 70 plaatsen zijn in het Paradijs, waarbij hij refereerde naar de kleinste zaal in Koninklijke Schouwburg Den Haag. Kortom; neem uw eigen verantwoordelijkheid en zorg dat uw inzetbaarheid gewaarborgd blijft.

Wij bedanken de sprekers en deelnemers voor hun komst en feedback. En kijken terug op een positieve middag.
Het PreventNed- team

Wilt u meer weten over duurzame inzetbaarheid en werkvermogen, volgt u ons dan via Twitter (@Preventned) en/of meldt u zich aan voor onze nieuwsbrief of bij de LinkedIn groep Werkvermogen.

 

Nieuw: Rekentool Arbeidsproductiviteitsverlies

geldOp basis van onderzoek met de WerkVermogensMonitor® is een tool ontwikkeld om verminderd werkvermogen in kosten uit te drukken. Door het koppelen van gegevens over werkvermogen aan arbeidsproductiviteit is het mogelijk inzichtelijk te maken wat een verminderd werkvermogen financieel voor een organisatie betekent.

Organisaties die de WerkVermogensMonitor® hebben ingezet kunnen door het invullen van de scores op werkvermogen uit het onderzoek een inschatting maken van het arbeidsproductiviteitsverlies in hun organisatie.

De rekentool is door het Erasmus MC in samenwerking met Blik op Werk ontwikkeld op basis van onderzoek met de WerkVermogensMonitor®. De resultaten geven een indicatie die is gebaseerd op resultaten van tienduizenden medewerkers. Klik hier om naar de rekentool te gaan.

Wilt u specifiek weten hoe uw organisatie ervoor staat? Of wilt u de inzetbaarheid van uw medewerkers vergroten en arbeidsproductiviteitsverlies verminderen? Neemt u dan contact met ons op.

 

Jongeneel Transport zet duurzame inzetbaarheid in

Jongeneel-transport-logoJongeneel Transport is een transportbedrijf wat  gevaarlijke stoffen, food en non-food-producten vervoert. De onderneming is sinds de oprichting in 1956 uitgegroeid tot een bedrijf met 140 medewerkers in dienst. Er wordt veel gedaan voor al deze 140 mensen. Duurzame inzetbaarheid staat hoog in het vaandel. Belangrijk is om het persoonlijk contact met de medewerkers te onderhouden om zo ook het gesprek gaande te houden. Maar het belangrijkste blijft voor hen dat ze het onderwerp gezonde levensstijl bespreekbaar maken en dat ze hun medewerkers op het belang hiervan wijzen.

Hoe  zij dit doen, kunt u lezen in het artikel “Jongeneel Transport zet duurzame inzetbaarheid in. Belangrijke rol weggelegd voor bewustwording”. Zij zijn allereerst gestart met het inzetten van de WerkVermogensMonitor.
Lees hier het artikel over Jongeneel Transport.

 

WerkvermogensMonitor maakte zaken bespreekbaar bij Vivre

Het heeft een positieve weerslag op onze medewerkers

Vivre is een organisator en aanbieder van woon-, welzijn- en zorgdiensten voor ouderen en chronisch zieken. De organisatie heeft diverse verpleeghuizen, zorgcentra en woningen. Met vijftien locaties, verspreid over Maastricht en Mergelland, biedt Vivre een breed pakket aan diensten op maat aan. Duurzame inzetbaarheid is al sinds 2010 een belangrijk speerpunt in het personeelsbeleid.

“Het startpunt van duurzame inzetbaarheid ligt voor ons al in 2010”, vertelt Yvonne Stallinga van Vivre. “Via zorgorganisatie Actiz kreeg ik de mogelijkheid een workshop te bezoeken over de Workability Index (meten van het werkvermogen). Twee organisaties mochten naar aanleiding van inschrijving van Actiz meedoen aan een pilot. Wij werden geselecteerd en konden een pilot beginnen bij één van onze locaties in Maastricht, Verpleegkliniek Grubbeveld. Deze pilot was zo succesvol dat het management het graag in de hele organisatie wilde voortzetten. In 2011 hebben daarom 600 van onze medewerkers de werkvermogensmonitor ingevuld, in 2012 volgden de 1100 resterende medewerkers.”

Zaken bespreekbaar maken
De werkvermogensmonitor heeft voor Vivre goede resultaten opgeleverd. Stallinga komt met een mooi voorbeeld. “Onze manager facilitaire dienst bijvoorbeeld heeft veel oudere dames in dienst. Hij kampte met een hoog ziekteverzuim en dacht dat dit met de overgang te maken had. Hij probeerde het bespreekbaar te maken in een werkoverleg, maar het onderwerp werd meteen afgekapt. Door de werkvermogensmonitor kwam het onderwerp ineens wél op de agenda. De monitor heeft ervoor gezorgd dat mensen zich gesteund voelen om zaken bespreekbaar te maken. Het resultaat voor onze manager is dat de monitor deuren opent en onderwerpen uit de taboesfeer haalt. Het wordt een gedeelde verantwoordelijkheid en heeft, zoals een tussenevaluatie heeft uitgewezen, positieve effecten op het welzijn van de medewerkers.”

Regie bij de medewerker
“Voor ons is het volgende doel om de regie meer bij onze medewerkers neer te leggen”, gaat Stallinga verder. “Daarom hebben we onze HR-adviseurs opgeleid om speciale adviesgesprekken te voeren. Dat is best uniek. De meeste organisaties leggen het voeren van deze gesprekken namelijk bij externe partijen neer, maar wij willen graag zelfvoorzienend zijn. Met dit in ons achterhoofd hebben we ook een ontwikkelboog ontwikkeld: een tool op intranet die medewerkers de weg wijst bij vragen over bijvoorbeeld hun loopbaan, sporten en werkdruk. Andere organisaties hebben ook al interesse in dit instrument. Samen met Zorg aan Zet kijken we naar hoe we andere zorginstellingen kunnen helpen. We zijn workshops aan het voorbereiden en willen ondersteuning geven bij de invulling van de tool en het communicatietraject.”

Positieve weerslag
Sinds een jaar is Vivre verder bezig met een vitaliteitsagenda. Stallinga: “Iedere maand geven we een workshop waar medewerkers vrijblijvend aan kunnen deelnemen. Het zijn altijd onderwerpen die een raakvlak hebben met duurzame inzetbaarheid, en waar medewerkers zich verder mee kunnen ontwikkelen: loopbaan, sporten, mindfullness. Dit begint nu echt vorm te krijgen. Onlangs hebben we de resultaten van een tussenevaluatie binnen gekregen. Onze medewerkers beoordelen de inzet van de werkvermogensmonitor met een 7,2. Dat vind ik een mooi cijfer. Wat ik daarbij bijzonder vind, is dat dertig tot veertig procent van de acties nu door medewerkers zelf worden ondernomen. Op het gebied van leefstijl is dat zelfs tachtig procent: medewerkers sporten meer, gaan vaker naar een diëtiste en letten op voeding. Maar ook de leidinggevenden hebben aantoonbaar belangstelling en ondernemen acties. Dit heeft een positieve weerslag op onze medewerkers. Ze zijn productiever en zijn tevreden over wat wij als organisatie voor ze doen. Het project is voor ons zo succesvol geweest dat we de werkvermogensmonitor in 2014 weer gaan inzetten. En ons plan is om dit eens in de twee à drie jaar te herhalen.”

Tekst: Tekst: Anouk van Leussen
Bron: Website Zorg aan Zet

 

WonenPlus: Duurzame inzetbaarheid staat niet op zichzelf

Verantwoordelijkheden lager in de organisatie leggen

Stichting WonenPlus ondersteunt mensen met een (verstandelijke) beperking in hun woon-, leef- en werksituatie. De ondersteuningsvraag van de cliënt is daarbij het uitgangspunt. De medewerkers van Stichting WonenPlus bieden ondersteuning en worden op hun beurt ondersteund door hun managers, coaches en scholing en door het nog te implementeren competentiemanagement. Duurzame inzetbaarheid is onderdeel van het holistische, sociale beleid van de organisatie.

“De werkvermogensmonitor bleek een mooi instrument om te meten hoe medewerkers denken over hun eigen inzetbaarheid”, vertelt Elise Boonen, Hoofd P&O bij Stichting WonenPlus. “Het past bovendien prima binnen een ontwikkeling die bij Stichting WonenPlus gaande is: verantwoordelijkheden laag in de organisatie leggen. We willen dat iedere functie door vakmensen wordt uitgevoerd. We hebben kwaliteit als speerpunt. De regie over het eigen leven ligt bij de cliënt: zij werken zelf aan hun emancipatie. De regie over het eigen werk ligt bij de medewerker. Stichting WonenPlus levert professionals in ondersteuning en vervolgens worden de medewerkers ondersteunt waar nodig door middel van deskundigheidbevordering, scholing en duurzame inzetbaarheid. Maar, duurzame inzetbaarheid zien we niet als een op zichzelf staand iets. Het is onderdeel van een holistisch, sociaal beleid. Volgens mij is dat de enige manier om goed met duurzame inzetbaarheid aan de slag te gaan.”

 

Behoorlijke slagen maken
“In de ontwikkeling van ‘Het nieuwe WonenPlus’ zijn we gestart met informatiebijeenkomsten en het vormen van werkgroepen”, gaat Boonen verder. “Medewerkers hebben dit als prettig ervaren, maar in het begin ook als moeilijk. De resultaten van de werkgroepen hebben geleid tot actieplannen. Een deel van de medewerkers vond het moeilijk dat de verantwoordelijkheden laag in de organisatie werden gelegd en medewerkers kregen het gevoel dat ze het nu ‘ineens allemaal zelf moesten doen’. Stichting WonenPlus vraagt vakmanschap, maar biedt wel altijd een helpende hand. Medewerkers krijgen meer verantwoordelijkheden: hun taken en opdrachten worden niet van bovenaf bepaald, er worden enkele kaders aangereikt. Om het proces soepel te laten verlopen zetten we onder meer coaches in. Deze coaches hebben het afgelopen jaar met name gecoached op onderwerpen als persoonlijke effectiviteit, samenwerken in teamverband, grenzen stellen ten opzichte van zowel collega’s als cliënten en een goede werk-privé-balans. Met behulp van deze coaches hebben we al behoorlijke slagen kunnen maken.”

Eigen verantwoordelijkheid
“Ook geven we trainingen in teamverband, bijvoorbeeld over het omgaan met (moeilijk gedrag van) cliënten of over bepaalde stoornissen die cliënten kunnen hebben. In deze trainingen wordt kennis meteen naar de praktijk vertaald. Door deze trainingen, maar ook door onze andere acties, verwachten we de kwaliteit van onze organisatie zeker te kunnen verbeteren. We hebben dit nog niet officieel gemeten, maar de verwachtingen zijn goed. Wat al wel bewezen is, is dat we – deels met acties uit de werkvermogensmonitor – ons verzuim hebben kunnen terugdringen. Duurzame inzetbaarheid heeft te maken met het nemen van eigen verantwoordelijkheid zowel in privé als in het werk. Kwaliteit van je eigen leven is een mooie basis voor kwaliteit in de dienstverlening.”

Tekst: Anouk van Leussen
Bron: Website Zorg aan Zet

 

werkvermogensmonitor

Medewerkers nemen zelf actie na invullen WerkVermogensMonitor

Werkvermogen in de Limburgse zorg: project WAI/Werkvermogen

Van november 2011 tot en met december 2012 heeft het Erasmus MC op verzoek van Zorg aan Zet bij een viertal zorginstellingen een tussenmeting gedaan binnen het project WAI/Werkvermogen. Doel van deze meting was te onderzoeken welke acties medewerkers hebben ondernomen op het gebied van duurzame inzetbaarheid, in de periode na het invullen van de WerkVermogensMonitor (WVM). Daarnaast is aan de medewerkers gevraagd wat ze van het project vinden.

worklifebalanceUit het onderzoek blijkt dat veel mensen acties hebben ondernomen in het afgelopen jaar. Veelal op het gebied van werkdruk, plannen, werk-privé balans, fysieke werkbelasting en leefstijl. Een deel daarvan is niet via de werkgever gedaan, dit lijkt met name het geval bij acties gericht op leefstijl. Acties op het gebied van werkdruk lijken voornamelijk via de werkgever te gaan.  Bij een van de zorginstellingen lijkt het erop dat medewerkers die acties hebben ondernomen stabiel zijn gebleven in werkvermogen terwijl degene die geen acties hebben ondernomen iets achteruit zijn gegaan in werkvermogen.

Bij drie van de zorginstellingen lijkt er een lichte verbetering te zijn in gezondheid. Maar meer mensen geven hun werkvermogen een 6 of lager vergeleken met de WVM in 2011. Bij de vierde instelling is een lichte afname in gezondheid geconstateerd.

Het project zelf wordt met een voldoende beoordeeld.

Klik hier voor een korte presentatie over deze tussenmeting.

 

Medewerkers nemen zelf actie na invullen WVM

Werkvermogen in de Limburgse zorg: project WAI/Werkvermogen

Het Erasmus MC heeft op verzoek van Zorg aan Zet bij een viertal zorginstellingen een tussenmeting gedaan binnen het project WAI/Werkvermogen. Doel van deze meting was te onderzoeken welke acties medewerkers hebben ondernomen op het gebied van duurzame inzetbaarheid, in de periode na het invullen van de WerkVermogensMonitor (WVM). Daarnaast is aan de medewerkers gevraagd wat ze van het project vinden.

Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen acties hebben ondernomen in het afgelopen jaar. Veelal op het gebied van werkdruk, plannen, werk-privé balans, fysieke werkbelasting en leefstijl. Een deel daarvan is niet via de werkgever gedaan, dit lijkt met name het geval bij acties gericht op leefstijl. Acties op het gebied van werkdruk lijken voornamelijk via de werkgever te gaan. Bij een van de zorginstellingen lijkt het erop dat medewerkers die acties hebben ondernomen stabiel zijn gebleven in werkvermogen terwijl degene die geen acties hebben ondernomen iets achteruit zijn gegaan in werkvermogen.

Bij drie van de zorginstellingen lijkt er een lichte verbetering te zijn in gezondheid. Maar meer mensen geven hun werkvermogen een 6 of lager vergeleken met de WVM in 2011. Bij de vierde instelling is een lichte afname in gezondheid geconstateerd.

Het project zelf wordt met een voldoende beoordeeld.

Neem een kijkje in de hangar van KLM en steun goed doel

Duchenne-heroesOnlangs hebben een aantal collega’s van PreventNed een kijkje mogen nemen in de motorshop en hangars bij KLM. Deze rondleiding werd gegeven door Stan van der Veld. Stan is werkzaam bij KLM en privé zet hij zich als fanatiek mountainbiker in tegen de ziekte Duchenne. Duchenne is een uiterst wrede (en helaas nog altijd dodelijke) spierziekte bij kinderen.

‘Duchenne’ is te ‘klein’ om een interessante markt te vormen voor de farmaceutische industrie. Hierdoor is er weinig geld beschikbaar voor onderzoek. Bij jongens met de ziekte van Duchenne breken gezonde spieren na de geboorte af. Vanaf de pubertijd is een rolstoel onvermijdelijk. Ook de spieren rondom hart en longen breken af. Dit maakt de ziekte tot nu toe altijd fataal op jonge leeftijd. Het probleem is daarmee te groot en te hard om niets te doen.

Duchenne Heroes
Duchenne Heroes is een 7-daagse monster-mountainbiketocht waarmee honderden deelnemers bekendheid geven aan de ziekte en sponsor-initiatieven ontplooien.  Onderzoek naar een medicijn tegen de ziekte van Duchenne of zijn verwoestende effecten wordt op deze wijze voor een belangrijk deel gefinancierd door Nederlandse mountainbikers. Er worden goede resultaten bereikt. De levensverwachting is in enkele jaren significant gestegen tot ongeveer 30 jaar. Het leven van een Duchenne patiënt is daarmee echter nog veel te kort. Daarom is er nog altijd geld nodig voor onderzoek.

Rondleiding motorshop of hangaar KLM
Deelnemers aan Duchenne Heroes halen nooit zomaar geld op, maar koppelen deze fondsenwerving meestal aan een dienst, activiteit of evenement. In dat kader bied Stan op beperkte schaal een rondleiding door de motorshop of hangaar aan. Hij doet dat in zijn eigen tijd en vraagt daarvoor een donatie van 25 euro per persoon. De opbrengst gaat 100% naar de strijd tegen Duchenne.

Stan: “Ik vind het leuk om te doen en ik denk dat veel mensen het leuk vinden om een kijkje achter de schermen te nemen. Als we daar een mooi doel mee kunnen dienen zijn er alleen maar winnaars.”

Meer informatie:
Duchenne vernietigt de spieren van jonge jongens. Nederlandse mountainbikers strijden voor een medicijn. Een bijdrage leveren? Klik hier:  <http://www.duchenneheroes.nl/PersonalPage.aspx?personId=2253> . Of neem een kijkje op de facebook pagina van Stan: http://www.facebook.com/pages/Stan4Duchenne/279458838770219

Nuttige informatie? Deel deze pagina dan op de netwerken hieronder:

Inspiratieboek Duurzame Inzetbaarheid uitgereikt

Uitreiking-inspiratieboek-Duurzame-inzetbaarheidHet Inspiratieboek Duurzame Inzetbaarheid is uit en werd maandag 18 maart tijdens een feestelijke bijeenkomst uitgereikt. Iedereen die een bijdrage aan het Inspiratieboek heeft geleverd was uitgenodigd, waaronder de deelnemers van het Lerend Netwerk Duurzame Inzetbaarheid.

Twee jaar lang hebben 15 zorg- en welzijnsorganisaties kennis en ervaringen rondom duurzame inzetbaarheid met elkaar gedeeld. Het Inspiratieboek Duurzame Inzetbaarheid is daarvan het eindresultaat.

Van talentontwikkeling tot ziekteverzuimbeleid, van levensfasebewust personeelsbeleid tot loopbaanontwikkeling. In 17 artikelen wordt u meegenomen in de wereld van het wat en hoe van duurzame inzetbaarheid. Met theorie en praktijkvoorbeelden uit het noorden, willen zij het thema extra op de kaart te zetten en anderen inspireren om met duurzame inzetbaarheid aan deslag te gaan.

ZorgpleinNoord is trots op het eindresultaat, een boek vol praktische handvatten voor een concrete eerste (of vervolg) stap op de weg naar duurzame inzetbaarheid. Zij bedanken alle deelnemers van het lerend netwerk, het ministerie van VWS en anderen die een bijdrage aan het inspiratieboek hebben geleverd en zonder wie het boek niet tot stand had kunnen komen.

Inspiratieboek Duurzame Inzetbaarheid

Feike Sybesma (DSM): eredoctoraat bevorderen duurzaamheid

De rol van het bedrijfsleven
Op 20 januari jl. was in Buitenhof Feike Sijbesma, CEO van DSM te gast. Vorige week kreeg hij een eredoctoraat van de Universiteit van Maastricht voor de manier waarop hij en DSM duurzaamheid in het hart van de bedrijfsvoering plaatsen. Deze week houdt hij op het World Economic Forum in Davos een speech over de rol van het bedrijfsleven nu en in de toekomst. In Buitenhof geeft hij een toelichting.